Wendela en Atie van Tupla M. vroegen in hun gastblog of ik veranderd ben door het schrijven. Door die vraag komen er spontaan een aantal dingen naar boven borrelen. Zo is daar de kwestie van het hardop in mezelf praten. Het zit zo: als ik tijdens mijn kantoordagen iets door de kantoortuin roep, reageert er altijd wel iemand. ‘Even sparren’ zeggen we dan waarna we snel naar de koffieautomaat vertrekken om alle smeuïge details van het weekend te bespreken. Schrijvers hebben geen collega’s. Nou ja, ze zijn er natuurlijk wel, maar we zitten niet knus met zijn allen in een grote, gezellige kantoortuin. Als ik dus op een schrijfdag thuis iets uitroep (een vloek, kreet of wat dan ook), reageert er helemaal niemand. Dodelijke stilte. Vermoedelijk ben ik uiteindelijk, bij gebrek aan beter, mezelf maar antwoord gaan geven. Ja, zo moet het gegaan zijn.

Paranoïde was ik vroeger ook niet. Toen kon ik eindeloos door boekenwinkels struinen, maar nu word ik onmiddellijk nerveus zodra ik een stap over de drempel zet. Eigenlijk wil ik namelijk meteen checken of ze mijn nieuwe boek hebben, maar eerst moet ik de zaak scannen op bekenden die me kunnen betrappen op deze, toch wel, intieme actie. Voor je het weet heb je een gênant gesprek, zo van: ‘Ze hebben je boek nog steeds niet hè? Zal ik het eens aan de kassière vragen voor je?’ Zelf heb ik wel eens een beroemde journalist ‘betrapt’ op het zoeken naar zijn boeken. Ze lagen er overigens niet, maar dat zag ik zo ook wel aan zijn gezicht.

Dan hebben we nog het probleem van de uiterlijke verschijning veroorzaakt door de auteursfoto. In veel gevallen, en zeker in het mijne, is de auteursfoto achter op het boek nogal glamourous. Laat ik het anders zeggen: je staat er op je allerbest op. Dat betekent maar  één ding: in het echt zal je ALTIJD tegenvallen. Dat is geen leuk uitgangspunt en het zorgt voor continue stress. Ofwel, nooit meer onbezorgde uitstapjes in bevlekt joggingpak, met pluizig piekhaar en Nana Mouskouribril, maar altijd tiptop verzorgd zijn. Een onmogelijke opdracht als je het mij vraagt.

Nog meer veranderingen? Ik ‘droom weg’ tijdens gesprekken en vergaderingen omdat ik aan mijn verhaal zit te denken, ik heb vaker een stijve nek van een totaal verkeerde werkhouding tijdens het typen en grijp elk vrij moment aan om aan mijn boek te werken. Maar de grootste verandering is dat ik nu mijn echte passie gevonden heb. Verandering is goed. Met mij hoef je dus helemaal geen medelijden te hebben.

Onze blogs worden in de maand juni ook gepubliceerd op www.Estamagazine.nl dus misschien is een korte hernieuwde kennismaking  goed. Anita, kun je vertellen wat jou een echte thrillerschrijfster maakt ?

Jazeker, wij zijn dol op research doen. Aangezien we momenteel een blog bijhouden met ‘The making of Schuld’ hebben we een voorbeeld genomen uit Meer Dood dan Levend (2010, p.108 e.v.). Vuurwapens spelen daarin een belangrijke rol. De Grote Pistolen en Revolvers encyclopedie leverde niet genoeg zintuigelijke info op. Een schietvereniging in de buurt was meteen bereid om met ons te praten. En we mochten ook zelf schieten.

ANNIE GET YOUR GUN

We zijn er een uur te vroeg, want we willen eerst een beetje rondkijken. We drinken koffie, werpen een blik in de prijzenkast en grazen het zwaarbeladen prikbord af. Atie noteert tersluiks: ‘competitie uitslagen’, ‘wapens te koop (met foto)’, ‘barman (=tafeldienst?) lang gesprek over computer die niet werkt’. Wendela noteert hoe laat de balie voor de munitie-uitgifte opengaat. Een doosje met vijftig 0.22 mm patronen kost 3,50.  Tien procent van de leden is vrouwen, horen we later. Wij zien er die avond maar eentje, type dame uit het Gooi: lakjas, lipstick, grijs haar. Iedereen lijkt haar te kennen. Relaxed begint ze met koffie. Haar lippen laten vuurrode afdrukken achter op het kopje. Tegelijk met haar mogen we even later, onder leiding van de baancommandant, een oefenbaan op. Een beetje zenuwachtig schuifelen we achter de instructeur aan. De hoge hakken van ‘Annie’ tikken op het linoleum. Zonder toestemming van de baancommandant mogen we de Magnum, die door de politie wordt gebruikt, met geen vinger aanraken. We mogen er zelfs niet naar wijzen. Even later snappen we waarom. Een lichte druk van de wijsvinger is al genoeg om de kogel af te vuren. Je schouder krijgt een enorme dreun en ondanks de gehoorbeschermers schrik je toch van de knal. En dan hebben we het nog niet eens over de lege hulzen die langs je heen suizen of je zelfs raken.

We leren hoe je moet staan en richten. We schieten. Een enkel schot treft doel. Atie doet het beter dan Wendela. Binnen de kortste keren hangt er een kruitdamp als bij een opkomende mist uit zee. Na een paar schoten begint je arm te tintelen en te ‘zwaaien’.
In de baan naast ons komt uit een langwerpig foedraal een geweer tevoorschijn zoals je ze in cowboyfilms ziet. De vrouw trekt haar rok tot boven de knie en gaat op buik en ellebogen liggen. Vervolgens schiet ze haar kartonnen schietschijf aan flarden. Alles raak. Ze verlaat de baan. fgunstig kijken we haar na. Binnen een paar maanden kunnen wij ook zo leren schieten, zegt de baancommandant. We zien het voor ons.
Terug in de kantine hebben we een gesprek met een bestuurslid van de vereniging en leren we alles over schietboekjes, munitie, kluisjes thuis, lidmaatschap en ballotage, verplichte schiet-uren enz. Als we vertrekken staat Atie opnieuw bij het prikbord. Een Beretta 92fS Inox lijkt haar wel wat. Wendela zegt: ‘Moet je niet eerst die cursus Russisch afmaken?’

Vraag voor Ingrid: heeft het schrijven je veranderd?

Ik ben heel benieuwd naar de uitwerking van het experiment waarbij jij gillend door een bos in de Ardennen rent, Ingrid. Zo bont heb ik het nog nooit gemaakt. Het doet me een beetje denken aan method acting, al is het in dit geval dan natuurlijk method writing.

Heb ik zelf ooit method writing toegepast? In NACHTVLUCHT zit een scène waarbij hoofdpersonage Liv in de achterbak van een auto wordt vervoerd. Ze wordt naar de zeedijk gereden, waar in het ijskoude, donkere water vervolgens een strijd op leven en dood plaatsvindt. In een kofferbak klimmen, prima, maar in zee vechten met iemand die flink wat kilo’s zwaarder en dus heel wat sterker is, ging me net wat te ver. Ook niet nodig. Ik kon teruggrijpen op ervaringen uit mijn jeugd, waarbij ik tijdens het zwemmen talloze keren door jongens onder water werd geduwd.

Ook heb ik mijn partner eens gevraagd me te ‘overmeesteren’, waarbij ik dan probeerde mezelf los te rukken. Hij weigerde (‘straks doe ik je pijn’), ik droeg hem op me zo stevig mogelijk vast te pakken (‘kom op, mietje’) om het vervolgens uit te roepen van de pijn toen hij dat daadwerkelijk deed. Gezellig.

Over die zeedijk in NACHTVLUCHT heb ik wel talloze keren gewandeld om indrukken op te doen die ik heb verwerkt in het boek. En het anti-kraakpand waar de ex van Stella, hoofdpersonage in DIERBAAR, dood gevonden wordt, is het pand waar mijn partner in zijn studentenjaren woonde en ik regelmatig de weekenden doorbracht. Maar spannender dan dit wordt het niet, vrees ik.

Gelukkig kom je als schrijver met research en fantasie een heel eind, maar omdat toch dat vleugje ‘echt’ onontbeerlijk is voor het boek, moet ik in sommige gevallen op zoek naar experts. Mijn volgende boek speelt zich af in Alaska, in een nationaal park. Nu ben ik nog nooit in Alaska geweest en heb ook nooit in de wildernis gekampeerd. Gelukkig zijn er mensen die dat wel hebben gedaan en mag ik van hun ervaringen ‘lenen’.

Volgende week komt Tupla M. gastbloggen. Tupla M. bestaat uit de schrijvers Atie Vogelenzang en Wendela de Vos. Onlangs verscheen hun nieuwe thriller, SCHULD. Maak jij veel gebruik van experts, Tupla?

Anita Terpstra

Iedereen die begin jaren tachtig in dorpje B. woonde mag zich de komende tijd best eens afvragen of hij/zij destijds eigenlijk wel aardig tegen mij is geweest. Wat zeg je nu? Vond je me maar een vervelende rotpuber? Mmm. Besef je eigenlijk wel datmijn derde thriller zich afspeelt in een dorpje dat heel erg op B. lijkt en dat de titel DE AFREKENING is?

Die titel klopt niet, maar het klopt wel dat ik een dorp als mijn geboorteplaats heb gekozen als decor voor mijn derde thriller. En dan liggen autobiografische elementen inderdaad op de loer. Ik zou er gemakkelijk iemand in kunnen proppen met wie ik nog een appeltje te schillen hebt, maar dat zou niet van klasse getuigen. Toch is het niet altijd gemakkelijk. Ik moet soms echt moeite doen om bepaalde personen uit mijn manuscript te weren. Het zou namelijk best goed voelen om die sarcastische leraar, onverschillige schooldirecteur of die gemene pestkop een onbeduidend bijrolletje te geven en ze op een pijnlijke manier te laten sterven… Maar nee, ik doe het niet. Als ik in de spiegel kijk, zie ik namelijk niet meer die boze, opstandige puber van toen maar een stabiele, volwassen vrouw. Zo dien ik me dus ook te gedragen.

De gebeurtenissen in mijn derde boek zijn fictief  (en dat is eigenlijk maar beter ook…). Wat ik wel gebruik zijn mijn eigen ervaringen en verlangens uit die tijd. Hoewel mijn vroege jeugd in B. heel gelukkig was, veranderde dat rondom mijn tienerjaren. Geteisterd door alle kanten opschietende hormonen voelde ik me er beperkt, opgesloten en vond ik de mensen bekrompen. Er was in mijn ogen geen ruimte voor grote dromen en geen begrip voor andere richtingen en keuzes. Dat alles zorgde ervoor dat ik zo snel mogelijk weg wilde uit B.

Natuurlijk bleken mijn aannames zich achteraf gezien vooral af te spelen in mijn eigen hoofd (er is namelijk helemaal niets mis met het leven in B.) maar ik herinner me het wanhopige, geïsoleerde gevoel van toen nog heel goed. En dat gevoel geef ik enkele van de personages mee. Mijn volgende boek is dus, wat beleving betreft, geschreven door de boze puber die ik destijds was. En dat komt goed uit want het verhaal gaat ook deels over een groep jonge mensen in hun eindexamenjaar. Om je vraag te beantwoorden Anita: echt autobiografisch wordt het niet, maar er zit wel veel van mezelf in. Net als in de andere twee boeken die ik eerder schreef.

Een nieuwe vraag voor jou Anita. Ik was laatst in de Ardennen. Tot grote hilariteit van mijn kinderen en partner heb ik daar in een dichtbegroeid dennenbos gillend een vluchtscene nagespeeld om te ervaren wat ik daarbij voelde, zag en rook. Dit alles natuurlijk om dat later zo echt mogelijk op te kunnen schrijven. Doe jij dat soort ‘experimenten’ ook Anita?  Heb je daar voorbeelden van?

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.